Altijd productief willen zijn en je schuldig voelen als je dat niet bent. Productivity guilt wordt ook wel de ‘ziekte onder millennials’ genoemd. 

‘Je bent de ergste vijand van jezelf’

Altijd productief willen zijn en je schuldig voelen als je dat niet bent. Productivity guilt wordt ook wel de ‘ziekte onder millennials’ genoemd. Het constant zeurende gevoel dat je méér had moeten doen. ‘Ik dacht altijd dat het ambitie was, maar blijkbaar heeft het een naam.’

Een bedrijf runnen en tegelijkertijd een cursus volgen. Fanatiek sporten en een afslankprogramma volgen. Moeder zijn. Jennifer Delano (36) en Ilja Wensink (34) hebben het niet zomaar druk, ze zijn er verslaafd aan. Productivity guilt, luidt de term: moeite hebben met nietsdoen en altijd productief willen zijn. Halen ze hun to do-lijst niet, balen ze flink of voelen ze zich schuldig. ‘Dat heb ik bijvoorbeeld als ik een roman lees’, vertelt Ilja. ‘In die tijd had ik ook een nuttig boek kunnen lezen, over persoonlijke ontwikkeling. Dat vind ik ook vele malen interessanter.’ 

Meer uit de dag halen

Sovjetpsycholoog en psychiater Bluma Zeigarnik beschreef aan het begin van de twintigste eeuw al dat productivity guilt onderdeel zou worden van de maatschappij. Een maatschappij waarin de verwachtingen hoog liggen en de werkdruk steeds hoger wordt. Je best doen is niet alleen beter, het is een vereiste. Millennials zijn er niet alleen op kantoor mee bezig, ook in hun vrije tijd besteden ze een groot deel aan het ‘beter worden’ dan ze al zijn. ‘Ik ben altijd bezig met: hoe haal ik meer uit de dag?’, vertelt Jennifer, eigenaresse van PR-bureau PR Goeroe. ‘Hoe plan ik de boel handiger in? Dus als ik straks terug fiets van kantoor, tóch nog een belletje doen. Naast mijn werk doe ik twee cursussen, ben ik aan het kijken naar een master, zit ik op atletiek en ben ik moeder. Ik dacht dat het ambitie was, maar blijkbaar heeft het een naam.’

Gaspedaal vol ingedrukt

Op de vraag of Jennifer 24/7 aan het werk is, antwoordt ze dan ook bevestigend. ‘Althans, mijn geest wel. Feitelijk gezien werk ik, zeker in tijden van thuiswerken en nu mijn kindje niet meer naar de opvang kan, maar halve dagen. Maar ik hou van werken. Het daagt me uit, het maakt me creatief. Iedereen zou zoveel van zijn werk moeten houden als ik. Ik vind het eigenlijk wel meevallen hoe druk ik ben. Door continu bezig te zijn, behoud ik mijn focus. Maar ik heb ook wel geleerd om dingen uit te besteden. Zoals het huishouden. Het moet wel, want ik red het natuurlijk niet om álles alleen te doen.’ Bang voor een burn-out is Jennifer niet. ‘Ik doe dit al zo lang op deze manier. Het voelt alsof ik in z’n vijf rijd met het gaspedaal vol ingedrukt. Elk moment kan een moment van groot succes zijn.’

Dat levert toch niks op? 

Anders dan Jennifer heeft Ilja al wel een burn-out achter de rug. De bezige bij heeft twee bedrijven, waaronder de franchise Juf en Jij en is daarnaast fulltime moeder. ‘Je bent de ergste vijand van jezelf’, vertelt ze. ‘Niemand legt je het op om zeven dagen per week aan het werk te zijn en altijd maar productief te willen zijn. Mijn burn out-psycholoog zei tegen me dat ik ook wel eens een spelletje mocht doen op mijn telefoon. Mag dat?, dacht ik toen. Dat levert toch niks op? Dat veeleisende heb ik altijd al gehad, dat begon vroeger met huiswerk maken al. Ik heb altijd een stemmetje in mijn hoofd, die zegt: als je dit gewoon nog even afmaakt, dan is het tenminste af. Dat voelt fijn, om dingen te kunnen afronden.’

Elk nadeel z’n voordeel  

Ondanks de harde impact van de coronacrisis op hun bedrijven, lijken beide vrouwen enigszins de voordelen in te zien van de ‘rust’ die het thuiswerken met zich meebrengt. Jennifer: ‘Ik werk nu noodgedwongen halve dagen, omdat de kinderopvang dicht is. Dat vind ik enerzijds lastig, want ik wil honderdduizend dingen doen die nu niet kunnen. Anderzijds vind ik het heerlijk om niet door heel Nederland te hoeven rijden om mijn klanten te zien en veel meer online te doen. Ik breng nu veel meer tijd door met mijn kind en ik zie dat ze veel zelfstandiger is dan ik dacht. Daar ben ik heel blij mee.’ Ook Ilja’s bedrijf gaat nu online verder. ‘Mijn ideeën zijn nu uitgewerkt tot een goedlopende webshop’, vertelt ze. ‘Die was er nooit gekomen als corona er niet was geweest. Elk nadeel heeft z’n voordeel.’

Rustmomentjes plannen

Ondanks de wens om continu productief te zijn, heeft Ilja één ding in de praktijk gebracht dat ze leerde van haar burn out-psycholoog. ‘Ik plan nu meer rustmomentjes in en ik kan mijn grenzen beter aanvoelen. Als ik ‘s avonds na achten nog aan het werk ben, weet ik dat ik minder goed slaap. Zo heb ik bijvoorbeeld vanavond gepland om nog even met Chuck te wandelen, onze hond. Ook heb ik timers gezet om na elk uur even te pauzeren, of iets te eten. Zonder die timers vergeet ik dat namelijk.’ Voor Jennifer zijn rustmomentjes nog toekomstmuziek. ‘Als je me vraagt wat ik doe om te ontspannen, dan weet ik dat echt niet. Lekker eten en drinken, denk ik. Hoewel dat ook mijn 90 dagen-challenge om slanker te worden in de weg staat. Ik heb géén idee, eigenlijk. Daar wil ik wel achter komen.’

Het woordje ‘guilt’ in productivity guilt is iets wat bij Jennifer daarentegen wél beter gaat. ‘Ik kan nu veel makkelijker mijn taken doorschuiven naar de volgende dag, week of maand’, vertelt ze. ‘Ik ben realistischer geworden met plannen. Dan denk ik: wat moet er écht gebeuren, wat is écht belangrijk? Als iets dan niet lukt, denk ik steeds vaker: ach, dat is ook oké.’ Ook Ilja is niet bang voor een tweede burn-out. ‘Daar ben ik waakzaam voor’, vertelt ze. ‘Ik ken de signalen nu. Daarom blijf ik goed voor mezelf zorgen. Maar dat gevoel om altijd productief te willen zijn, daar kom je geloof ik nooit vanaf.’